Inleiding Europese Commissie een voorstel besproken tot een

Inleiding

Op 12-13 december 2017 werd in de Europese Commissie een voorstel
besproken tot een verbod permanent verbod op bepaalde pesticiden. Dit voorstel
tot verbod is op basis van conclusies van het EFSA (European Food Safety
Authority). Bijen zouden risico lopen om in aanraking te komen met deze
middelen die dodelijk zijn voor bijen.

We Will Write a Custom Essay Specifically
For You For Only $13.90/page!


order now

Bijen zijn wereldwijd de belangrijkste bestuivers. Dit zijn
wezens (meestal insecten) die stuifmeel overbrengen van de mannelijke naar de
vrouwelijke geslachtsorganen van zaadplanten. Door te bestuiven vervullen bijen
een belangrijke rol bij de voortplanting van planten. Dit is dan weer goed voor
andere diersoorten omdat die planten uiteindelijk weer voor hun voedsel kunnen
vormen. Wereldwijd is tenminste 80 procent van gewassen min of meer afhankelijk
van bestuiving. Eén bij kan al 300 miljoen bloemen per dag bestuiven. Volgens
een onderzoek van naar bestuiving van Elstar
in 2013, vertegenwoordigen bestuivers een productiewaarde tussen 26,5 en 33,4
miljoen euro. Volgens Green Peace worden
70 van de top 100 gewassen bedoeld voor menselijke consumptie bestuift door
bijen. Juist om deze redenen is het uiterst belangrijk dat wij, als mensen de
bij beschermen.

De bij loopt namelijk gevaar. In de afgelopen jaren is een
groot deel van de bijen populatie wereldwijd gestorven. In de verenigde staten sterven
vaak 30 tot 50 procent in de winter, en soms nog meer. ‘In 2006 raporteerde David Hackenberg, een bijenhouder, dat 90 procent van
zijn bijen (onder 3.000 korven) dood gegaan zijn.’  Hoewel het in Europa, Azie en
Zuid-Amerika nog lang niet zo slecht is als in de verenigde staten is de
situatie ver van acceptabel. Rabobank
rapporteerde bijvoorbeeld rond 2011 dat er jaarlijks 30 tot 35 procent van de
bijen afsterven in Europa en dat het aantal kolonies per hectare met 25 procent
is gedaald: ‘Wereldwijd dreigt een
nijpend tekort aan bijen en dat kan een groot deel van de voedselproductie in
gevaar brengen, aldus de Rabobank in een raport.’

Maar waarom gebeurt dit nu? Wat zijn de redenen voor deze
plotselinge ontploffing in bijensterfte? En wat kan gedaan worden om de
situatie te verbeteren? Deze vragen en meer zullen we proberen te beantwoorden
in dit artikel door te kijken naar waar een bij uit bestaat. Ook zullen we het
hebben over hoe de bij is ontstaan en verandert tijdens geschiedenis van onze
planeet, waar deze vandaan komt, hoe de bij en mens samenwerkt en tot slot over
de huidige situatie van de bijen en de mogelijke toekomst.

 

 
Inhoud
Inleiding. 1
Paragraaf
1: Hoe de bij in elkaar zit. 4
Structuur
van de bij 4
Geschiedenis
van honing. 4
Paragraaf
2: Het ontstaan van de bijen. 5
De
evolutie van de bijen. 5
Paragraaf
3: De bij en de Mens. 7
Kennismaking
van de mens en bijen. 7
Paragraaf
4: Het nu en de toekomst. 9
Redenen
voor de afname van bijen-populaties. 9
Gevolgen
van de afname van bijen-populaties. 9
Conclusie. 11
Reflectie. 12
Discussie. 12
Bronnenlijst. 13
 

 

 

Paragraaf 1: Hoe de bij in elkaar zit

Structuur van de bij

De bij is een klein, interessant dier wat eigenlijk best
ingewikkeld in elkaar zit.

Het lichaam van een bij bestaat uit de volgende
onderdelen: De kop, het borststuk, het achterlijf, de poten en de vleugels.

De kop is duidelijk van het borststuk afgezonderd en
makkelijk te herkennen aan de ogen en antennes. De antenne bestaat uit 3 delen,
aan de basis zit de scapus. Het uiteinde wordt het flagellum genoemd. Beide
delen zijn verbonden door de pedicel.

De bij heeft twee grote ogen aan de weerszijden van de
kop die bestaan uit vele kleine suboogjes. Het geheel wordt het samengesteld
oog genoemd. De ogen gebruikt de bij om de omgeving te herkennen. Naast het
samengesteld oog beschikt de bij over drie ocelli, dit zijn enkelvoudige oogjes
die liggen in het midden van de bovenzijde van de kop. De bovenlip van een bij
heet een labrum en de onderkant heet de labium. De kaken van een bij worden
niet vaak gebruikt, vandaar dat deze relatief klein is en niet verder is
ontwikkeld. De bovenkaak wordt voornamelijk gebruikt om was te kneden en
bewerken. De achterkaak wordt gebruikt om de proboscis te dragen, aan het einde
hiervan is de tong, ook wel de glossus genoemd. De tong bevat fijne haartjes en
een groefje aan de onderzijde. Het groefje moet ervoor zorgen dat de honing in
de mondopening loopt.

De vleugels zijn vliesachtig en transparant. De
oppervlakte is voorzien van aders die zwart gekleurd zijn. De verschillende
vleugeladers vormen cellen in de vleugel. Aan de bovenzijde van de vleugelrand
zit een donker vlekje, het pterostigma. Dit heeft als functie de vleugels
gemakkelijker te laten bewegen, en dit is heel belangrijk omdat de bij soms
enorme afstanden moet afleggen om naar de voedselbronnen te komen.

De poten worden gebruikt om het lichaam aan het substraat
te hechten en hebben daarnaast nog andere functies. De poten bestaan uit een
heup, een dij, een scheen en een voet.

De voorste paar poten hebben een functie als poetsorgaan
voor de antennes en ogen.

De functie van de achterpoten zijn het belangrijkst, ze
zorgen er namelijk voor om grote hoeveelheden stuifmeel te verzamelen en te
vervoeren.

Geschiedenis van honing

De bij produceert honing, dat is over het algemeen al
bekend. Maar waar bestaat honing nou precies uit? Hoelang heeft het geduurd
voor de atomen van honing om te ontstaan?

We gaan eens dieper in het honing kijken, en dat betekent
dat we verder teruggaan in de geschiedenis van de aarde. Honing bestaat voor
een groot gedeelte uit fructose en glucose.

Deze suikers bestaan uit dezelfde brutoformule, namelijk
C6H12O6.

 

Waterstof en helium waren de eerste elementen die
bestonden na de Big Bang.

Het probleem was echter dat waterstof niet reagerend was.
Net zoals een schilder die maar 2 kleuren tot zijn beschikking heeft waarvan één
niet wilt mengen, was het onmogelijk om nieuwe elementen te gaan maken. Meer
elementen maken was wel mogelijk, maar dat zou betekenen dat er meer protonen
en neutronen moesten samensmelten. Om dit mogelijk te maken had je heel hoge
temperaturen nodig, die alleen te vinden waren in enorme sterren die aan het
verouderen of uitsterven waren. Die enorme sterren hadden zo’n grote massa dat
ze een enorme druk en temperatuur konden produceren. Die temperatuur kon nog
hoger worden als de waterstof op raakte in de ster. Als dit zou gebeuren, dan
zou het samensmelten stoppen en de ster zou vervolgens ontploffen. Bij deze
ontploffingen ontstonden er zulke hoge temperaturen, dat helium zich kon
ontwikkelen tot koolstof. Deze cyclus bleef zichzelf herhalen, en zo kennen we
de elementen van vandaag.

 

Zo zijn de ingrediënten ontstaan voor glucose en
fructose. Toen zowel koolstof waterstof en zuurstof bestonden, kwam er niet
gelijk glucose of fructose uit de machine. Dit kwam uiteraard later van pas.

Paragraaf 2: Het ontstaan van de bijen

Natuurlijk waren de bijen er niet gelijk toen de wereld
ontstond. De bijen kwamen later, nog beter gezegd, de bijen die we nu kennen
zijn niet dezelfde bijen als 100 miljoen jaar geleden. De oudste
honingbijensoort leefde 45 miljoen jaar geleden in het Eoceen. Bijen stammen af
van wespen, wespen zijn niet helemaal hetzelfde als bijen, het grootste
verschil is dat ze geen honing produceren en ze zelfs vleesetend kunnen zijn.
De fossielen die mensen vinden zijn meestal rond de 40 en 45 miljoen jaar oud.
De fossielen die ze vinden voor die tijd zijn dus niet dezelfde organismen als
die we nu in het heden kennen. Fossielen die rond de 100 miljoen jaar oud zijn
worden gezien als de voorouders van de bijen die we nu kennen. De oudste bijensoort
die ooit gevonden is is de Melittosphex burmensis. De fossielen
van bijen zijn meestal van barnsteen. Dit maakt het ook makkelijker voor de
onderzoekers om de fossielen te onderzoeken want barnsteen is doorzichtig en
makkelijk om te bepalen hoe oud het eigenlijk is.

De evolutie van de bijen

Dus zoals ik zei waren de bijen van vroeger verschillend met
de bijen van het heden. De bijen van vroeger waren eigenlijk wespen en waren
niet afhankelijk van bloemen, die wespen konden toen waarschijnlijk ook leven
onder ruigere omstandigheden. De aarde was 100 miljoen jaar geleden niet zo als
nu, ook al waren de continenten toen al ongeveer geplaatst zoals ze nu zijn,
waren de klimaten nog niet hetzelfde als in het heden. Dit soort dingen zorgen
er natuurlijk ook voor dat er andere soorten organismen leven. Bijen komen voor
in plaatsen waar er planten kunnen groeien die afhankelijk zijn van bestuiving
door dieren en dit betekent ook dat de planten niet kunnen groeien in plekken
waar er geen insecten zoals bijen zijn. Ongeveer 65 miljoen jaar geleden was er
een massa extinctie die ervoor gezorgd heeft dat de wereld heel erg veranderd
is. Onderzoekers weten nog niet  zeker
wat er is gebeurd maar ze denken dat er een hele grote meteoriet op de aarde is
gevallen die dus alles uit balans heeft gehaald. De meeste mensen kennen deze
massa extinctie als degene die de dinosaurussen heeft uitgeroeid. Er zijn toen
dus ook heel veel andere diersoorten en organismen uitgestorven, onderzoekers
denken ook dat de wespen van die tijd toen zijn uitgestorven. Deze massa
extinctie was de overgang van het Krijt naar het Paleogeen, de onderzoekers
zeggen dat nadat de wereld veranderd was de bijen zoals we ze nu kennen
tevoorschijn kwamen. De onderzoekers zijn er ook achter gekomen dat de wespen
voor de extinctie niet veel te maken hebben met de bijen na de extinctie.

Na de extinctie

Nadat de wespen uitgestorven waren kwamen de bijen
tevoorschijn. Deze bijen kwamen pas tevoorschijn nadat de temperatuur op aarde
begon te dalen. De bijen die toen tevoorschijn kwamen waren het begin van de
bijen die we nu kennen. Dit zijn de bijen die de bloemen bestuiven, en zich
voeden met nectar. Deze bijen kwamen tevoorschijn omdat de bloemen met nectar
en een klein deel van de kleine insecten niet waren uitgestorven. De kleine
insecten begonnen zich te voeden van de nectar van die bloemen. Uiteindelijk
kwamen er steeds meer insecten en ook insecten soorten die zich voedden met de
nectar van bloemen, een van die nieuwe soorten zijn dus bijen. De bijensoort die
na de extinctie tevoorschijn kwam is beter bekend als de hommel. Hommels zijn
een bijensoort die wat groter zijn dan normale honingbijen, hommels kunnen twee
keer zo veel bloemen bezoeken als normale honingbijen, ze kunnen ook ongeveer
twee keer zo veel stuifmeel overbrengen dan de gemiddelde honingbij. Hommels
waren de eerste grote bijensoort dit komt doordat op een gegeven moment na de
massa extinctie de temperatuur op aarde weer daalde, dit stimuleert natuurlijk
de groei van een soort die leeft in dat soort lage temperaturen. Al deze dingen
gebeuren zo een 40 miljoen jaar voordat de homo(mens) soort op aarde begon te
leven. De hommel soort begon in waarschijnlijk in centraal Azië hierna
verspreidden de hommels zich naar het westen,
oosten en het noorden van de Himalayas dit zorgde er dus voor dat ze
uiteindelijk waren verspreid over Europa, China, Siberië en zelfs tot de
noordpool. Omdat hommels leven in koude plaatsen verspreidden ze niet naar
plaatsen met warme klimaten dit zorgde ervoor dat er tot kort niet eens hommels
waren in Australië, Nieuw Zeeland en Zuid-Afrika. De hommels gingen pas 20
miljoen jaar geleden naar Noord Amerika en pas 4 miljoen jaar geleden naar Zuid
Amerika, de hommels in zuid amerika zijn ook de enige die op natuurlijke wijze
aan de zuidelijke kant van de evenaar gekomen zijn.

 

 

 

 

Paragraaf 3: De bij en de Mens

Kennismaking
van de mens en bijen
Na de extinctie van de wespen
kwamen dus de bijen. Zoals iedereen waarschijnlijk wel weet produceerden en
produceren deze bijen honing.  Wij als
mensen gebruiken bijen nu ook voor de honing. Dat doen we nu vooral kunstmatig.
Maar hoe is de mens hierop gekomen? De eerste ontmoeting tussen de bijen en de
mensen is dan ook gebeurt door het honingjagen van de mensen vroeger. Dit
gebeurde in de prehistorie. De prehistorie honingjagers kwamen erachter dat
bijen in bepaalde ruimtes  honing
maakte  en gingen hier dus op jagen.

Van de grotten in
valencia in Spanje is een bijzondere afbeelding bekend, namelijk de tekening
”Man verzamelt honing.” Deze rotstekening is zo’n 10.000 jaar oud en toont
het verzamelen van honing van wilde bijen. Deze manier van eten verzamelen is
één van de oudste menselijke activiteiten en dit deden zelfs de voorlopers van
de moderne mens dus al. Een andere aanwijzing hiervoor is dat de chimpansee met
stokken ook bijennesten plundert op zoek naar honing. En nog steeds wordt dit
gedaan door jager-verzamelaars in Zuid-Amerika, Afrika en Australië

Jaren later kwamen
de Egyptenaren erachter hoe je de bijen rustig kon houden bij het jagen op de
honing. Dit deden ze doormiddel van rook. Dit is te zien op hiërogliefen van de
Egyptenaren van ongeveer 4000 jaar geleden. Ook is te zien hoe ze daar de
begonnen met het oogsten van honing. De bijen waren heel belangrijk voor de
Egyptenaren.

Door de historische
geschiedschrijvers Aristoteles en Vergilius weten we ook dat de Grieken en
Romeinen honing oogstten van de bijen. Dit deden ze ook op dezelfde manier als
de egyptenaren. Alleen hielden zij ook rekening met de winter en hadden ze een
bepaald systeem die nog beter was dan die van de Egyptenaren. Zij hadden het zo
geregeld dat de bijen in de winter nog honing hadden om te overleven voor het
volgende seizoen.

De landbouw en bijen
 Volgens archeologisch bewijs werden
bijen al gebruikt voor de landbouw 9000 jaar geleden. Er zijn bijvoorbeeld
sporen van bijenwas in aardwerk van de vroege Europese boeren gevonden. De
chemische ‘vingerafdruk’ van bijenwas is dan ook gevonden in gebroken aardewerk
op meerdere neolithische
plekken verspreid over heel Europa.

Er waren al prehistorische grottekeningen gevonden waaruit men kon afleiden dat
de Faraonische Egyptenaren
bijen teelden, maar de connectie tussen de vroege boeren en bijen blijft
onzeker.
De honingjagers
zullen al snel hebben gemerkt dat bijenvolken een ruimte van circa 40 liter
bezetten en zullen boomstammen hebben uitgehold en later ook bijenkasten hebben
gemaakt. Dat waren dus uitgeholde boomstamstukken die je makkelijk kon
vervoeren. Dit werd een speciaal beroep later. Het beroep van de zogenaamde
woudimker met zijn bijenklossen ontstond en er werd zo eeuwenlang gewerkt. In
1930 is dit opgehouden.

Archeologisch
bewijs voor het houden van bijen is niet echt bekend, maar het houden van bijen
laat ook niet echt archeologisch bewijs achter: het zijn maar een aantal
materialen (bijenwas, bijenraat en bijenwas) die nodig zijn en ook zijn er geen
echte gereedschappen nodig. Waarschijnlijk werden de bijen gehouden in
boomstammen of gevlochten korven.

Over bijen in de
landbouw van vroeger weten we dus niet zoveel. Maar in het heden zijn bijen nog
steeds in zekere mate belangrijk voor de landbouw. De bijen bestuiven
natuurlijk de gewassen wat erg belangrijk is. Wanneer de eerste boeren hier achter kwamen is nog niet helemaal bekend.

 

Paragraaf
4: Het nu en de toekomst

Redenen voor de afname van bijen-populaties

De populatie bijen neemt steeds verder af, vooral in regio’s
als West-Europa en Noord-Amerika. Onderzoekers van de ‘University of
Hampshire’  vonden in het eerste
lange-termijn onderzoek over de staat van de bijen populaties dat er in de
afgelopen 150 jaar een drastische vermindering van bijen in de populaties in de
drie belangrijkste bij-soorten van de verenigde staten.

Er zijn verschillende redenen voor de afname van
bijen-populaties. Zo zijn er bijvoorbeeld ‘broed’ parasieten zoals de
fruitvlieg, de behaarde bijenwolf en de sluipwesp. Deze parasieten leggen hun
eieren in of in de buurt van een bijennest. Wanneer deze eitjes uitkomen eten
de larven van de parasieten de voedselvoorraad van de bijen op en/of de larven
van de bijen.

De grootste boosdoeners onder de parasieten zijn de Varroamijt
en de Tracheeënmijt. De Varroamijt is
vergelijkbaar met de teek. Het is een uitwendige parasiet die op
verschillende insecten kan voorkomen (door zich vast te hechten aan het insect
waarna het zich voed aan het bloed van het dier) maar zich alleen kan
voortplanten op het broed van bijen, dit 
gebeurt in de cellen van ongeboren bijen. Doordat de mijten zich voeden met hemolymfe uit het bloed van de ongeboren bijen
kunnen deze zich niet goed ontwikkelen. Het
gevolg hiervan is dat deze bijen na geboorte meestal misvormd zijn. Ze zijn
bijvoorbeeld kleiner dan gezonde bijen en ze hebben verkreukelde en/of
onsamenhangende vleugels of andere afwijkingen aan bijvoorbeeld de poten.

De Tracheeënmijt is de veroorzaker van de zogeheten Acarapis
mijtziekte. Deze ziekte past de tracheeën (eerste paar ademhalingsbuizen) van
de bij aan met als gevolg dat er een minder goede zuurstofuitwisseling kan plaatsvinden, waaraan het dier uiteindelijk kan
overlijden. Tracheeënmijten
kunnen zich snel
en veel verspreiden via onderling contact tussen verschillende bijen, dit is
dus vooral gevaarlijk tijdens de overwintering wanneer de bijen dicht bij
elkaar liggen.

Beide bovengenoemde parasieten verspreiden ook nog eens
andere ziektes waardoor de overlevingskansen zeer klein zijn voor geïnfecteerde
bijen en daardoor automatisch ook voor de rest van het nest. Bepaalde
pesticiden (verdelgingsmiddelen) kunnen dit effect ook nog eens versterken
doordat ze het immuniteitssysteem van de bijen verzwakken.

Klimaatverandering en bepaalde
industriële praktijken spelen ook een rol bij bijensterfte.
Klimaatverandering kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat planten hun bloei
patroon veranderen die belangrijke voedselbronnen voor bijen waren in een
bepaald gebied. Dit probleem wordt nog verder versterkt door de uitbreiding van
de landbouw. Hierdoor verdwijnt een groot deel van de diversiteit aan planten
die de bijen nodig hebben om te kunne overleven. Een ander direct gevolg van de
uitbreiding van de landbouw is het verlies of fragmentatie van habitats voor de
bijen (denk bijvoorbeeld aan graslenden, velden, bossen etc.). Het voorgenoemde
probleem wordt beschouwd als de grootste oorzaak voor de afname van de wilde
bestuivers, en met kleinere effecten op beheerde honingbijen.

Gevolgen van de afname van bijen-populaties

Als de bijensterfte op deze manier nog veel langer door
blijft gaan zal het dier uiteindelijk uit sterven. Dit heeft vele nare gevolgen
voor het milieu en de mens. Als bijen uitsterven zal natuurlijk  honing van het menu verdwijnen, maar dat zal
nog het minste van onze zorgen zijn, omdat bijen als de belangrijkste
bestuivers een belangrijk deel van de voedselkring uitmaken.

Bijen zijn zeer belangrijk bij het bestuiven van planten.
Planten die afhankelijk zijn van de bestuiving van bijen zullen zeldzamer
worden of verdwijnen als de bijen-populaties met deze snelheid blijven afnemen.
Dit is een zeer serieus probleem omdat deze planten een groot deel uitmaken van
de voedselkring, denk bijvoorbeeld aan appels, peren, kiwi’s, kersen maar ook
koffie. Gelukkig zijn niet alle planten afhankelijk van bijen, maar als bijen
op deze snelheid blijven sterven zullen we in de toekomst een veel minder
gevarieerd en gezond dieet hebben als gevolg.

Maar gelukkig worden er wel inspanningen gemaakt om de
mogelijke extinctie van bijen te voorkomen. Sinds 2010 heeft de EU al meerdere
onderzoeken gedaan en maatregelen genomen tegen bijensterfte. De Europese
commisie beperkt bijvoorbeeld sinds 1 december 2013 het gebruik van 3 soorten
verschillende neonicotinoïde pesticiden, maar nu dat duidelijk geworden is hoe
schadelijk deze pesticiden zijn voor bijen komt er waarschijnlijk een totaal
verbod. In 2014 was er een conferentie over de gezondheid van bijen.

De Amerikaanse EPA (Environmental Protection Agency) heeft
sinds 2017 een soortgelijk nieuw beleid ontworpen om de bij te beschermen.
Onder dit nieuwe beleid mogen bepaalde neonicotinoïde pesticiden niet meer
gebruikt worden in de aanwezigheid van bijen. Om dit te complimenteren wordt de
(her)beoordeling van neonicotinoïde pesticiden en nieuwe
Varroa-mijtbestrijdingsproducten versnelt met behulp van een ‘geharmoniseerd’
risicobeoordelingsproces. Ook is de goedkeuring van nieuwe neonicotinoïde
pesticiden tijdelijk stopgezet totdat de risicoanalyses van bestuivers compleet
zijn.

 

Conclusie
Zoals we dus gezien hebben de bijen een hele lange reis gemaakt van vroeger tot
aan het heden. Van voor de extinctie naar tot nu en misschien ook wel tot ver
in de toekomst. We hebben kunnen zien dat bijen een belangrijke rol hebben
gespeeld in de geschiedenis van de mensheid. En nog steeds spelen ze een grote
rol in het leven van de mens indirect. Helaas gaat het niet zo goed met de
bijen. De bijen worden vergiftigd door gewasbeschermingsmiddelen op het
platteland. Het is ook opvallend dat de bij het beter doet in de stad dan op
het platteland waar het groener is. Dit komt omdat op het platteland niet meer
gevarieerd stuifmeel is voor de bijen ook. De bijen hebben hier veel schade bij
opgelopen. Maar door nieuwe oplossingen kunnen we ervoor zorgen dat de kleine
beestjes beschermd kunnen blijven.

 

Reflectie

Toen wij de opdracht kregen waren we in het begin een beetje
verbaasd. We begrepen de opdracht in het begin helemaal niet, dit zorgde er ook
voor dat we eigenlijk hele slechte verwachtingen hadden van deze opdracht,
vooral omdat we voor de eerste keer een onderzoek moesten gaan doen en er
daarna 4000 woorden over gaan schrijven. Dit shockeerde ons een beetje in het
begin. Naarmate de lessen verliepen stelden we vragen in de lessen en kregen we
steeds een beter beeld bij de opdracht.

Uiteindelijk begonnen we uit het perspectief van Big History
te kijken, dit is verandert je kijk op de wereld. Doormiddel van het kijken uit
het perspectief van Big History onderzoek je op een andere en een betere
manier. Je gaat dieper in op de stof en gaat niet alleen kijken naar wat je
zoekt maar je legt ook verbanden tijdens het onderzoeken. Dit zorgt ervoor dat
je uiteindelijk veel meer geleerd hebt over je onderwerp en ook de dingen die
het bij zich betrekt. Bij ons onderwerp was dit echt breed want het bleef niet
alleen bij bijen maar het ging bijvoorbeeld ook over wat er gebeurde met de
aarde en nog meer van dit soort dingen.

Discussie

Little Big History was een interessante opdracht wat ook
zeer uitdagend was. In het begin ontstonden er vraagtekens over wat nou precies
van ons verwacht werd. Vandaar dat we met een slome start begonnen. Maar als we
wel terug gaan blikken naar de afgelopen weken, dan hebben we samen heel erg
ons best gedaan. Toen we eindelijk begrepen wat van ons verwacht werd, zijn we
al heel snel tot een akkoord gekomen over wat ons onderwerp zou worden.
Vervolgens hebben we taken eerlijk verdeeld en zijn we dus meteen aan de slag
gegaan met het verzamelen van informatie over het onderwerp. In eerste instantie
was het moeilijk om de gevonden informatie te koppelen aan de drempels van Big
History, maar we hebben niet stil gezeten en hebben dus ook de docente
geraadpleegd.

Uiteraard kon het beter gaan, want het is niet altijd
soepel verlopen.

Om te beginnen zullen we in een vervolgonderzoek met een
betere onderwerp moeten komen,

aangezien het moeilijk was voor ons om de gevonden
informatie te koppelen aan de drempels.

Ook zou het beter zijn geweest als we tussendoor ons
dossier lieten controleren door de docente zodat we wisten of we wel de goede
kant op gingen.

Voor de rest is de samenwerking goed verlopen en is er
dus niks op aan te merken.

x

Hi!
I'm Mack!

Would you like to get a custom essay? How about receiving a customized one?

Check it out